donderdag 26 mei 2016

De Bio-ecologische verbouwing: een dagje zee

Het was een strakke deadline, de dag van gisteren. We hadden die deadline pas na het weekend verwacht. Vorige week zat manlief nog een weekje in het buitenland te herbronnen, en ondertussen kwamen er nog enkele onvoorziene omstandigheden bij. 

Maar dus, we zijn er geraakt. En voor het eerst in deze fase van bouwen heb ik zelf ook enkele dagen kunnen/moeten meedraaien. Op de valreep was alles dus klaar om gisteren de schelpen te laten komen.


Onze houtskelet is als een soort paalwoning gebouwd. En nu is alles tussen de grond en de onderkant van de balken opgespoten met schelpen, net als een strook naast het bestaande huis.

Schelpen zijn een afvalproduct. Op regelmatige basis ontstaan er op vaarroutes schelpenbanken: dat zijn zandbanken maar dan gemaakt van schelpen. En die moeten dan geruimd worden, want ze liggen in de weg van schepen. De schelpen worden weggegraven en worden op zee, met zeewater, gespoeld. Daarna worden ze aan land nog een keer nagespoeld. En dat is alles.


Schelpen hebben geen capillaire werking: ze gaan dus niet als een spons grondwater naar boven "zuigen". Maar schelpen zijn ook stabiel en - buiten een gebroken schelp hier en daar - niet samendrukbaar. Het is een ideale buffer tussen de ondergrond en alles wat daarboven komt. Last but not least zorgen ze voor een stilstaande luchtlaag, en zijn ze dus isolerend.


Schelpen dus. Gisterenochtend om 8u begonnen ze eraan. Een tankwagen vol schelpen voor de deur en een dikke darm ons huis binnen. Een half uur later lag alles vol.


En nu ruikt ons hele huis naar de zee. En om schelpjes te zoeken hoeven we ook niet meer op vakantie!


dinsdag 10 mei 2016

Het drinken van de bijtjes

Eén van onze tuinprojectjes is het houden van bijen. Thomas imkert er op los, en ik denk (en binnenkort: leer) gezellig mee.
Wist je dat bijtjes ook moeten drinken? Heel logisch eigenlijk, maar ik stond er nooit bij stil tot onze buren voorbije zomer lieten weten dat hun zwembadje vol bijen zat!

Na onze lange druilerige winter klonk er weer een vriendelijke - maar toch dwingende - gil: de zandbak van de buren was door de onophoudelijke regen veranderd in een zwembad. En de bijtjes hadden weer dorst...

Nu dromen Thomas en ik al lang van een waterpartijtje in de tuin. Of ik dacht toch dat we daar samen over droomden. Toen ik bij de eerste prille zonnestralen mijn kruidenspiraal begon af te breken*, kreeg ik een ingeving: hiér hoort een vijvertje! Ik liet het meteen aan manlief weten (die op dat moment op het dak zat) en ik kreeg bijna de huid vol gescholden. 
Iets in de aard van
Zot!
Wete gij wel hoeveel werk dat is?!
Wie gaat dat allemaal doen?
Gene vijver in onze tuin!
Niks daarvan!

Ik was een beetje verbaasd, want we hadden daar toch samen over gedagdroomd? Maar om de ene of de andere reden gaf dat dak een beetje boosaardige vibes af en moest manlief er opeens niks, maar dan ook helemaal niks meer van weten.

Tot ik zei "Jamaar, en de bijtjes dan? Die moeten toch drinken?"

Een week later had ik mijn kruidenspiraal afgegraven, had ik uit de achtertuin van de buurvrouw een verwaarloosde voorgevormde vijver gevist die gemaakt leek voor het ex-kruidenspiraal-plekje, kon ik bij een dorpsgenoot een reeks vijverplant-stekjes gaan halen, én zagen we zelfs bijtjes drinken van onze vijver.

De vijver zelf heeft al enkele metamorfoses ondergaan in de maand dat die er staat (af en toe zal ik je daar wat over vertellen). Zo zag ie er een maand geleden uit, toen hij net geplaatst was:



*(ik was het beu om elk jaar opnieuw de kruidenspiraal op te bouwen. Het woekerende en allesverwoestende gras liet de gestapelde kasseien altijd instorten...)


donderdag 28 april 2016

Vol verwachting voor de zomer

Wij kijken hier vol verwachting uit naar de zomer.
Niet alleen omdat het zo'n druilerige winter is geweest.
Niet omdat het elke dag geregend heeft, zo lijkt het.

Maar omdat onze achterbouw dan muren, ramen en een dak zal hebben.

Zeven jaar speelde het grootste deel van ons leven zich af in twee kleine ruimtes. Onze keuken/eetkamer van 4 x 2,5m en onze living van 4 x 4m. Daarin koken we, eten we, spelen we, werken we, leven we. Al het speelgoed van de kinderen staat er, het is mijn atelier, we lezen er boeken. We doen er de was en de plas en de afwas. En dan nam ik er nog eens twee katten bij ook.

En dat ging allemaal. Sterker nog, moesten we vorig jaar niet plots aan de achterbouw begonnen zijn, dan zou het nu nog steeds goed gaan.


Maar nu kan het niet snel genoeg gaan.

Ken je dat gevoel, als je dringend moet plassen? Maar dan écht héél dringend? Dat gevoel wanneer je dan een wc ziet en het water je in de ogen stroomt. Je houdt het bijna niet meer, gewoon omdat je die wc ziet?

Wel, dat gevoel heb ik nu ook met onze achterbouw. We zitten in die kleine ruimte. We zien de grote ruimte steeds meer vorm krijgen. Maar we kunnen er nog niet in.

Het water stroomt ervan in mijn ogen...


dinsdag 26 april 2016

Komt dat zien, komt dat zien!


Naast verbouwen (geen nood, er komen nog updates aan!), tuinieren (geen nood, er komen nog updates aan!), werken, eten, slapen (er is beterschap!) en voor de kindjes zorgen, maken we hier ook nog tijd om tentoon te stellen.

Samen met mede-kopje Katia van Het Kopjescollectief boksten we een tentoonstelling in elkaar. Poëzie van Katia, kalligrafie en illustraties van Sig!s. En kopjes (bordjes, ondertasjes, kommen, taartschotels, ...)

Komt dat zien, komt dat zien, nog tot 19 mei in het GC Den Breugel in Haacht! (wel enkel tijdens de openingsuren van het gemeentehuis, ma-do van 9 tot 17u, di tot 19u, vrij van 9-13u)

Wie meer over ons wil lezen, kan dat hier doen!




donderdag 17 maart 2016

Mama-post: Waarom artikels over (al dan niet) slapende kinderen zo teleurstellend zijn

De laatste tijd lees ik er steeds vaker over: over het slaapgedrag van kinderen*. Niet dat ik naar die artikels op zoek ga, ik denk dat er gewoon vaker over geschreven wordt. En ik denk dat er vaker over het slaapgedrag van kinderen geschreven wordt, omdat heel veel ouders het slaapgedrag van hun kind als problematisch ervaren.

Ons verhaal
Wij hebben slechte slapers als kinderen. De eerste maanden van Tibe waren ’s nachts geweldig goed. Hij had reflux en huilde de hele dag door, waardoor hij ’s nachts zo uitgeput was dat hij 8 uur door kon slapen. Toen hij vier maanden oud was, veranderde dat van de ene dag op de andere. De reflux verdween als sneeuw voor de zon, hij werd het meest vrolijke kind dat je je kon inbeelden, lachte de hele dag door, en sliep ’s nachts niet meer. Gemiddeld 6 keer per nacht moest ik eruit. Ook overdag wou hij niet slapen, wat het extra zwaar maakte (maar liever een slechte slaper dan een kind met reflux!).
Toen hij bijna 1 jaar was, werd het voor mij te veel. We begonnen met een slaaptraining en die wierp al snel zijn vruchten af: na twee weken werd hij niet meer zes, maar twee keer wakker op een nacht. En vrij snel volgde het doorslapen. 
Tot hij windpokken kreeg, waardoor hij herviel in twee keer wakker worden ’s nachts. Dat duurde zo door tot hij voorbij de anderhalf jaar was. En sindsdien slaapt hij als een roosje, give or take een nachtmerrie eens om de zoveel weken.

En toen kwam Frauke. In het begin sliep ze niet bijzonder slecht. Ze vroeg ’s nachts om de twee uur naar borstvoeding. Maar rond zes maanden werden de nachten problematischer. Gemiddeld 8 tot 9 keer wakker worden, ’t is slopend. Daarbij zijn er veel nachten waarop ze ook gewoon een blok van 1 tot 2 uur niet terug in slaap kan vallen. Ze is nu een jaar oud en wordt nog steeds enorm vaak wakker. Nachten waarop ze 5 keer wakker wordt, dat zijn de goeie nachten. De slaaptraining zoals we bij Tibe deden, werkt niet bij haar. Er is dus een andere oorzaak voor haar slecht-slapen, maar daar zijn we nog niet helemaal achter.

Het verhaal van anderen
Ik lees via social media en in de artikels dat ik niet alleen sta, hoewel ik denk dat de frequentie van wakker worden bij ons wel erg hoog ligt. Maar ook dan weet ik dat ik niet alleen sta. En ook bij kinderen die “slechts” twee keer wakker worden, weet ik hoe slopend het kan zijn.

Ik denk dat de reden van niet-slapen in verschillende categorieën ingedeeld kunnen worden. Er kan een emotionele oorzaak zijn (het kind ervaart alleen slapen als beangstigend), een voedingsgerelateerde oorzaak (kind krijgt iets niet verteerd en krijgt krampen en pijn), of een fysieke oorzaak (een blokkade, ziekte, koorts, …).

De wetenschap
Al die artikels vertellen vaker en vaker hoe “normaal” het is dat kleine kinderen niet doorslapen. Dat er met veel geduld en tijd wel beterschap komt. Dat is waar, ik zeg altijd dat het wel wat anders zal zijn, eens ze zestien jaar zijn. Maar daar ben je vet mee, als je niet weet hoe je het allemaal moet rond krijgen.

Die beterschap komt er als je diep gaat graven: waarom is er zo’n sterke emotionele oorzaak, en wat is die? Angst? Onzekerheid? Hoe neem ik die angstgevoelens weg? De échte oorzaak ervan, zodat slapen een veilige gebeurtenis wordt?
Heeft mijn kind pijn? Verteert het slecht? Welke voeding ligt aan de basis van dat probleem? Is het probleem even erg als ik die voeding eet en het via borstvoeding door geef?
Zijn er andere oorzaken? 
De zoektocht is lang, en intussen blijven jij en je kind slecht slapen.

Er zijn artikels die aantonen dat pas de laatste 50 jaar de idee gegroeid is - en de mythe gevoed wordt** - dat kinderen “moeten” doorslapen. Artikels die aantonen dat de constante stroom van zorg - zowel overdag als ’s nachts - juist emotioneel en intellectueel sterk ontwikkelde kinderen voortbrengt. Dat het dus allemaal een goeie reden heeft.

Die artikels steken me dus zeker en vast een hart onder de riem. Ik sta niet alleen. Ik doe niks mis. Het is natuurlijk.

Maar helpen ze me ook?

Nee.

Kunnen we geholpen worden?
De trend van de laatste 50 jaar - volgens dat ene artikel toch - blijft juist in die artikels doorzetten: kinderen die slecht slapen zijn een probleem. Hoewel de artikels aantonen dat het perfect natuurlijk is.
Wat is er dan tegennatuurlijk?

De hoge eis die onze maatschappij aan jonge gezinnen oplegt. Als je aan een bepaalde levensstandaard wil voldoen, moet je al met z’n tweeën verdienen. Als je er bewust voor kiest om een andere levensstandaard erop na te houden, ben je lui, of ben je een profiteur. Als je bij voorbaat kiest om niet mee te draaien in de mallemolen, ben je niet realistisch.

Toen Tibe geboren werd, kozen we er bewust voor dat ik van thuis uit als zelfstandige zou gaan werken. Drie jaar heb ik hard gewerkt om een zaakje op te bouwen dat rendabel is. Toen Frauke geboren werd, ging ik na 2 maanden terug aan het werk. En dat ging, stapje voor stapje en op ons eigen tempo, omdat ik het allemaal zelf kon kiezen. Dat er logischerwijs een pak minder inkomsten tegenover stonden, namen we erbij.

Nu Frauke nog steeds zo slecht slaapt, kozen we ervoor dat ik een grote stap terug zou zetten. We zien genoeg mensen rond ons die eraan onderdoor gaan. We kennen mensen met een psychiatrisch verleden. We kiezen er bewust voor om de psychiatrie voor te zijn. Want met chronisch slecht slapende kinderen, een huishouden én een job - fulltime of halftime - dat is vragen om vroeg of laat in de psychiatrie te belanden.

Ja, er is een uitweg
Dus, die kinderen zijn niet het probleem: het is onze maatschappij die het probleem is. Het is tegennatuurlijk om na 3 maanden zwangerschaps”rust” terug aan het werk te gaan. Het is tegennatuurlijk om na zo’n korte periode de borstvoeding noodgedwongen af te bouwen of stop te zetten. Het is tegennatuurlijk om een chronisch slaaptekort op te bouwen, gewoon om aan de maatschappelijke mallemolen te kunnen meedoen.

Geef jonge ouders de rust die ze nodig hebben. Maak zwangerschapsrust een periode van minstens een jaar. Er zijn genoeg voorbeelden wereldwijd die aantonen dat dit werkt. Moeders kunnen langer borstvoeding geven, ze kunnen hun lichaam op een normaal tempo laten “ontzwangeren” (negen maanden zwanger, negen maanden ontzwangeren), ze kunnen een gezonde band met hun kindje opbouwen.

Geef vaders een pak meer rechten in hun vader-zijn. Borstvoeding geven houdt natuurlijk in dat de moeder een pak van de zorg op zich neemt, maar niet iedereen kiest voor borstvoeding, en ook mét borstvoeding hebben vaders een enorm ondersteunende rol naar moeder en gezin toe. In eerste instantie kunnen ze hun vrouwen ondersteunen tijdens de eerste fysiek zwaardere maanden na de bevalling. Ze kunnen de zorg over de andere kinderen een stuk overnemen. En als je ervoor kiest om ’s nachts geen borstvoeding (meer) te geven, waarom zouden de vaders dan niet voor de nachten opdraaien? Maar ook dat kan alleen als de maatschappij er een draagvlak voor creëert.

Het loont
Langdurig zwangerschapsverlof loont. Ik heb zelf aan het begin van mijn loopbaan zwangerschapsvervangingen gedaan. Drie maanden is een lachertje. Tegen de tijd dat je ingewerkt bent, mag je alweer plaats maken voor een jonge mama die met haar hart en hoofd nog bij haar baby is, die met haar lichaam nog niet op volle toeren kan draaien, en die zich ook weer moet inwerken in de job die in een ver verleden lijkt te liggen.
Op je cv stelt het niks voor, een zwangerschapsvervanging van 3 maanden. Werkgevers weten heel goed dat je daar bitterweinig ervaring mee hebt kunnen opbouwen. 
En er zijn genoeg werkgevers die gewoon géén vervanging zoeken, en het werk drie maanden laten opstapelen voor als de kersverse mama terug komt. 

Geen wonder dat burn-outs bijna epidemisch worden.


* Ik geef toe dat ik de artikels waar ik het hier over heb, niet mee opgenomen heb. Ik geef toe dat ik te moe ben om ze op te zoeken. Ik hoop dat me dat vergeven wordt. 
** Kijk maar naar de kunstvoedingsfabricanten die zwaar verteerbare papjes op de markt brengen, die de vertering van je kind lamleggen zodat het - letterlijk - als een blok in slaap valt. 

maandag 14 maart 2016

Van de regen in de drop II

De zon is er. Allez, ze is er altijd al geweest, maar nu kunnen we ze ook eens zien en ervan genieten, zo zonder wolken en regen.
De laatste dagen is er in de bouw weer heel wat werk verricht. Dat het mooi weer is en langer licht is, zullen we dus geweten hebben! Alleen is het niet al opbouwen...

Met een klein hartje begon Thomas vandaag aan de afbraak van de dakbedekking. De langdurige regenwinter heeft schade aangericht aan het onafgewerkte dak, en we moeten nu kunnen inschatten hoeveel schade juist. De onderdakfolie en twee lagen - op vele plaatsen beschimmelde - houten platen gingen eraf. Het stro eronder...? Vochtig. Een angstig telefoontje met de architect, die ons gerust stelt. Dat het wel zal uitdrogen. Voorlopig voorspellen ze mooi weer en laten we alles dus open liggen (enkel de onderdakfolie erop tegen dauw) en woensdag komt de architect het stro nakijken. Duimen dus dat het erin mag blijven!



Terwijl Thomas en ik daar zo aan 't overleggen waren, zagen we aan de overkant van de straat een man naar ons huis kijken. Ik glimlachte: de zoveelste passant die geïntrigeerd was door ons project. Ongegeneerd haalde hij zijn telefoon boven en begon ons huis te fotograferen. Terwijl we daar toch heel duidelijk op stonden te zien. Hij maakte aanvankelijk geen aanstalten om ons aan te spreken, tot we hem benaderden.
Hij was zo'n man waar je - zeker als hij ongevraagd foto's van je huis trekt - even de wenkbrauwen bij fronst. Geblokt, gemilimeterd haar, stevige stoppelbaard, koele ogen. De vooroordelen kwamen al naar boven...
Uiteindelijk kwam hij ons toch tegemoet. Met een knaller van een openingszin: "Dit mag niet wat jullie doen."

Mijn brein begon te kraken. Geen helm dragen op de werf? Baby op de arm in de werf? Baby io de arm in de werf zonder babyhelm? Genieten van het zonnetje?

"Jullie hebben geen vergunning om zo te bouwen", verduidelijkte hij toen hij onze verbazing zag.
"Jawel, we hebben hier een bouwvergunning voor."
"Dat kan niet dat we dit vergund hebben" (aha, iemand van de gemeente dus!), "jullie maken van een open bebouwing een gesloten bebouwing, dat kan niet. Mijn overste heeft me gevraagd foto's te komen trekken."
"Wel," verduidelijkt Thomas, "Willy heeft dit wel degelijk zelf vergund hoor. We hebben de toestemming van de buren op zijn aanraden gevraagd en dat is vergund, zowel door Willy als door de provincie."

Even later nog eens navraag gaan doen op de gemeente zelf. Zo blijkt dus dat Willy regelmatig bij ons passeert, de vorderingen nauw in het oog houdt en nu even van zijn sokken geblazen is. Dat hij zich niet kan inbeelden dat hij dàt heeft goedgekeurd. Dat hij blijkbaar de plannen fout geïnterpreteerd heeft.

Om de puntjes op de i te zetten: hij heeft die plannen niet fout geïnterpreteerd. Hij loopt gewoon vooruit op de feiten. De houten constructie staat lichtjes van de gevel van de buren af waardoor het lijkt dat het een vrijstaand huis blijft, maar eens de muurvulling erin komt, wordt dit wel degelijk aangesloten aan de buren.

Een storm in een glas water dus, en dat op een stralende dag.

donderdag 10 maart 2016

Een Bijzonder nieuw begin

© Sigid Princen


In de zomer van 2014 begon Thomas met imkeren. Jammer genoeg overleefde onze ene bijenkast de herfst van dat jaar niet, door een varroa-invasie. Maar Thomas gaf niet op. De daarop volgende lente stond hij klaar met een nieuw bijenvolk, en eindigde winter 2015 zelfs met drie bijenkasten.

In 2014 gaf hij ook het bloggen een kans. Hij schreef over zijn prille imkers-ervaringen op bij-zonder.blogspot.be. Maar na een tijdje besefte hij dat het (voorlopig) niets voor hem was.

Toch vind ik het jammer dat onze ervaringen met de bijen geen lezerspubliek meer kennen (tenzij sporadisch een keertje in het ledenblad van de imkersvereniging). Dus begon het idee te rijpen dat ik over zijn bezigheden zou vertellen.
En van het één kwam het ander. Waarom zou ik niet ineens zijn "Bijzonder"-blog overnemen? En waarom zou ik daar niet mijn andere passies in verwerken?

Vanaf vandaag is Bijzonder dus terug actief. Ga zeker eens een kijkje nemen! Het zal niet alleen gaan over onze ervaringen met het imkeren, maar ook over de wereld van de bijen in het algemeen (voor zover wij, nietige mensjes, daar inzicht in hebben...). Wie weet valt het even goed in de smaak als de gouden honing die de bijtjes maken!