Beestjes anno 2014, deel 2

Het gemis was er al lang, maar het besef dat ons huis en ons leven niet ideaal was om opnieuw een kat te nemen, was er ook. Toch liet ik regelmatig vallen dat ik oh zo graag terug een kat wou, na het overlijden/overrijden van Nanou, ondertussen ongeveer 4 jaar geleden.
Manlief troostte me regelmatig met de woorden: "na onze reis naar Australië nemen we terug een kat".
We waren nog niet lang terug of ik begon op internet een zoektocht naar poezenadoptie"bureaus". Er zijn er heel wat, maar om de ene of de andere reden sprak Het dierenthuisje uit Geel me wel aan. We brachten een bezoekje en daar werd het voor Thomas pas duidelijk dat ik nog meer plannen had... (hij wist alleen niet dat hij dat jaren geleden zélf in mijn hoofd had gestoken), ik wou namelijk per sé 2 katten in huis nemen.
En zo keerden we huiswaarts met Rusty, een kattin van ongeveer een jaar oud, enorm aanhankelijk. En Dalí, een iets jongere kater die zelf nog maar een week bij het dierenthuisje was, en daar meteen gecastreerd was.

Rusty

Dalí

Na een paar dagen speelde de voorgeschiedenis van Rusty ons/haar al parten.  Ze was tot twee keer toe naar het asiel gestuurd omdat andere dieren in de buurt veel dominanter waren dan zij, en samenleven lukte niet. Blijkbaar ging ze dat niet nog een keer laten gebeuren. Ze vertrouwde Dalí voor geen haar (ook al bleek er in het dierenthuisje niet echt een probleem te zijn) en liet hem niet in haar buurt. Ze verstopte zich in de keuken.
Na een paar dagen bleek ook dat Dalí een zorgenkindje was. De castratie genas niet zoals het moest. Op een zaterdagochtend gingen we dan naar de eerste de beste dierenarts uit de buurt die spreekuur had. "Niks aan de hand, beetje iso betadine op en zorgen dat hij er af blijft.  Moest dat laatste een probleem zijn, kan je hem zo'n kraag aandoen."
Na een paar dagen niks beterschap en bleek die kraag geen hulp maar een marteling. Om een pas geadopteerde kat zoiets aan te doen (meerdere keren per dag, want we moesten ze wegens de grootte altijd uitdoen voor het eten) was dat hét recept voor het kweken van een haatrelatie. Na 5 minuten vloog de kraag uit en belde ik voor een tweede opinie naar onze oude vertrouwde dierenarts. Die hoorde aan mijn omschrijving meteen dat er iets niet klopte, raadde ons aan om er terug mee naar de dierenarts in Geel te gaan, en die nam Dalí met veel liefde terug onder handen: de zaadstreng bleek naar buiten gekomen te zijn. Niks te onschuldige irritatie van de wonde dus.
Een dag later kregen we een andere kat terug: vrolijk en speels, en god zij dank ook heel aanhankelijk.
Ondertussen gaan onze twee poezen graag op ontdekking in de tuin. Voor Rusty is het haar nieuwe toevluchtsoord, we zien haar amper nog binnen. Dalí gaat er volop ravotten, maar is veel liever binnen. Het is overduidelijk dat hij het zo jammer vindt dat Rusty hem op afstand houdt.

Tibe vindt de katten geweldig. De manier hoe hij met hen om gaat, tegen hen vertelt en hen terecht wijst, is zalig om zien. Alleen jammer dat ook hij Dalí niet vertrouwt, want Dalí wil ook graag met hem spelen. Maar dat komt bijna altijd als een regelrechte aanval over.

We moeten dus allemaal nog ons plaatsje vinden met deze gezinsuitbreiding.  Hopelijk komt het allemaal vlot op z'n pootjes terecht...

Reacties

Populaire berichten